- Groep
- Grootbloemige roos (theehybride, Hybrid Tea)
- Veredelaar
- Tantau, 1998
- Knopvorm
- Langwerpig, hoog, klassieke vorm van een theehybride
- Open bloem
- Hoog bokaalvormig, die na verloop van tijd opent tot een ondiepe kom; diameter 10–12 cm
- Hart
- Verhoogd, met gekrulde blaadjes
- Kleur
- Koper met oranje; bij koel weer meer terracotta en koraal, in de hitte honing-abrikoos; een gevlekt effect op de blaadjes
- Vulling
- Vol, 17–30 blaadjes
- Bloei op de scheut
- Lange rechte stelen, meestal enkele bloemen
- Bloei
- Doorbloeiend in golven; valt op door de lange stelen voor snijbloemen
- Geur
- Licht — fruitig, met een vleugje kruiden
- Groeivorm
- Rechtopgaand, hoog
- Vertakking
- Matig
- Scheuten
- Lang, recht, stevig
- Afmetingen
- 80–120 cm hoog; een slanke struik met rechtopgaande scheuten
- Steun
- Geen steun nodig: de rechte, stevige scheuten houden de vorm van de struik zelf vast
- Blad
- Glanzend donkergroen — een contrast met de koperkleurige bloemen
- Weerstand
- De bloemen worden als regentolerant beschreven; er wordt geen numerieke ziekte-indicatie gegeven
- Voor snijbloemen
- De lange rechte scheuten met meestal enkele bloemen zijn handig om af te snijden voor een vaas; Tantau noemt dit gebruik uitdrukkelijk voor het ras