- Groep
- Alba
- Veredelaar
- James Booth, Duitsland, 1826
- Knopvorm
- Rond, dicht gevuld
- Open bloem
- Platte gekwartierde rozet met een duidelijk knoopoog in het midden; diameter ~8 cm
- Hart
- Gekwartierd, met een knoopoog
- Kleur
- Rijk roze in het midden, bij het openen lichter tot zacht roze en bijna wit aan de randen van de bloemblaadjes
- Vulling
- Zeer gevuld — 41 of meer bloemblaadjes (tot ~100)
- Bloemstand
- Meestal in kleine trossen; de bloemen hangen door hun eigen gewicht
- Bloei
- Eenmalig bloeiend, van laat voorjaar tot begin zomer
- Geur
- Sterk, rijk, klassieke oude roos
- Rozenbottels
- Vormt in de herfst kleine rozenbottels
- Groeivorm
- Uitgespreid, overhangend, nogal open struik
- Vertakking
- Krachtig; de scheuten buigen door het gewicht van de bloemen
- Scheuten
- Doornig
- Doornen
- De scheuten zijn doornig; er zijn geen precieze gegevens over de doornendichtheid.
- Afmetingen
- 120–185 cm hoog × 120–150 cm breed
- Steun
- Niet nodig — een struikroos
- Blad
- Grijsgroen
- Weerstand
- Zeer hoog — een van de gezondste oude tuinrozen
- Varianten van de variëteit
- Synoniemen Queen of Denmark, Reine du Danemark; komt van de zaailing ‘Maiden’s Blush’ (Alba) × onbekend