- Groep
- Grootbloemige roos (theehybride)
- Veredelaar
- Francis Meilland; Meilland, Frankrijk, 1959
- Knopvorm
- Klassieke tentoonstellingsvorm, met een hoog hart.
- Open bloem
- Zeer groot, 11–15 cm in doorsnede; houdt lang een hoog hart vast.
- Kleur
- Diep, verzadigd roze (‘Rose Bengal’-tint) dat in de zon bijna niet verbleekt; de achterkant van het bloemblad is violet-roze.
- Vulling
- 40–65 bloemblaadjes (ongeveer 58), zeer vol.
- Bloemstand
- Meestal enkel, op een sterke lange steel.
- Bloei
- Doorbloeiend, in golven, bijna doorlopend.
- Geur
- Sterk, citroen-roos.
- Rozenbottels
- Geen gegevens.
- Groeivorm
- Hoog, rechtop, bossig.
- Vertakking
- Geen gegevens.
- Scheuten
- Geen gegevens.
- Doornen
- Geen precieze gegevens, bij benadering.
- Afmetingen
- 90–150 × 70–120 cm.
- Steun
- Niet nodig.
- Blad
- Donkergroen, leerachtig.
- Weerstand
- Geen gegevens; typische risico’s van theehybriden (sterroetdauw, roest, echte meeldauw).
- Varianten van de variëteit
- Code MEIbil; ouders (Peace × Monique) × (Peace × Mrs. John Laing); een afzonderlijke hybride, geen sport van Peace.