- Groep
- Struikroos (kordesii-hybride), Explorer-reeks
- Veredelaar
- Felicitas Svejda, Canada, 1982
- Knopvorm
- Ovaal, klassiek voor struiken uit de Explorer-reeks.
- Open bloem
- Komvormig; bronnen verschillen over de vulling — van ‘halfgevuld’ tot ‘zeer gevuld’.
- Kleur
- Helder tot kersrood, met duidelijk zichtbare gele meeldraden in het midden; bloemblaadjestoppen donkerder, met een wijnachtige tint. Geen gegevens over verbleken in de zon.
- Vulling
- Ongeveer 30 bloemblaadjes.
- Bloemstand
- Bloemen in kleine trossen aan de steel, zoals typisch is voor de Explorer-reeks.
- Bloei
- Overvloedig, doorbloeiend — van mei tot de eerste nachtvorst.
- Geur
- Licht.
- Rozenbottels
- Ronde oranje bottels, decoratief in de herfst.
- Groeivorm
- Uitgespreide, compacte struik.
- Vertakking
- Dicht, vanaf de basis van de struik.
- Scheuten
- Stevig, overhangend.
- Afmetingen
- 90–120 × 90–120 cm.
- Steun
- Niet nodig.
- Blad
- Bronsgroen, glanzend.
- Weerstand
- Bronnen verschillen: sommige beschrijven het ras als ‘zeer resistent’, andere als ‘vatbaar voor sterroetdauw en echte meeldauw’; over het geheel een van de robuustste in de Explorer-reeks.
- Varianten van de variëteit
- Code U04, synoniem Samuel Champlain; ouders — (R. kordesii × tetraploïde zaailing van Max Graf) × (Red Dawn × Suzanne, vrije bestuiving).