- Groep
- Grootbloemige klimroos (Large-Flowered Climber)
- Veredelaar
- Tantau, 2007
- Knopvorm
- Rond, roze
- Open bloem
- Dicht gevuld, eerst bolvormig-komvormig, daarna een vlakke rozet / 'schelp'; 10–12 cm
- Hart
- Dicht, rozetvormig
- Kleur
- Rijk helder roze, met een koele paarsachtige toon
- Vulling
- Gevuld, 26–40 bloemblaadjes
- Bloemstand
- Enkel en in kleine trosjes
- Bloei
- Doorbloeiend in golven, juni–oktober
- Geur
- Zwak of nauwelijks aanwezig
- Bloemduurzaamheid
- Een grote, opvallende bloem op een gezonde struik
- Groeivorm
- Zeer krachtig, rechtop, met slingerende groei
- Vertakking
- Goed
- Scheuten
- Lang, buigzaam
- Doornen
- Gegevens over de doornen zijn onvolledig.
- Afmetingen
- 200–300 cm hoog × ongeveer 50–90 cm breed
- Steun
- Nodig: bogen, hekken, pergola's, muren
- Blad
- Middelgroen, glanzend, gezond
- Weerstand
- Zeer goed tegen ziekten; uitstekende regentolerantie
- Gebruik
- Bogen, hekken, pergola's, muren