- Groep
- Grootbloemige roos (theehybride, HT)
- Bloemvorm
- Oudmodisch: de ronde knop opent eerst tot een roos met een hoog hart, daarna tot een dicht gevulde, komvormige en gekwartierde roos
- Kleur
- Oranje-abrikoos: rijk, bijna oranje hart, randen in perzik-abrikoos met een roze waas; met de leeftijd verdonkert hij tot oranjerode tinten
- Bloemgrootte
- Ongeveer 12 cm, circa 50 bloembladen
- Trossen
- Enkel of in kleine trosjes
- Bloei
- Doorbloeiend, van zomer tot herfst
- Geur
- Sterk, pittig en fruitig, met tonen van kaneel en anijs
- Groeivorm
- Rechtopstaand, struikvormig
- Afmetingen
- 80–100 cm hoog, ongeveer 60 cm breed
- Blad
- Donkergroen, glanzend; een opvallend contrast met de warme kleur van de bloemen
- Weerstand
- Winterhard (RHS H6); goede ziektebestendigheid
- Steun
- Niet nodig
- Gebruik
- Gemengde borders en rozenborders, potten; verdraagt arme grond en winderige plekken
- Verzorging
- Een zonnige plek; bemesting en gezondheidssnoei