- Groep
- Trosroos (Floribunda)
- Veredelaar
- Albert Norman, Verenigd Koninkrijk, 1946
- Knopvorm
- Puntig, typisch voor floribunda's uit het midden van de twintigste eeuw.
- Open bloem
- Halfopen, met duidelijk zichtbare meeldraden in het midden.
- Kleur
- Donker scharlakenrood, helder en rijk; geen gegevens over verbleken in de zon.
- Vulling
- Halfdubbel, 9–16 bloemblaadjes.
- Bloemstand
- 5–8 cm breed, in grote dichte trossen verzameld.
- Bloei
- Doorbloeiend, in golven door het seizoen.
- Geur
- Nauwelijks merkbaar, bijna onwaarneembaar.
- Rozenbottels
- Geen gegevens.
- Groeivorm
- Bossig, krachtig.
- Vertakking
- Geen gegevens.
- Scheuten
- Geen gegevens.
- Doornen
- Het ras is zeer doornig.
- Afmetingen
- 90–150 × 50–90 cm.
- Steun
- Niet nodig — een struikroos.
- Blad
- Geen gegevens.
- Weerstand
- Matig; gevoelig voor echte meeldauw.
- Varianten van de variëteit
- Rascode — geen gegevens. Er is een klimmende mutant 'Frensham, Climbing'. Ouders: Edith Cavell × (Edgar Andrew × Crimson Glory).