- Groep
- Struik; Parkland-serie (Canada)
- Veredelaar
- Marshall, Canada, 1973
- Knopvorm
- Klein, donkerrood
- Open bloem
- Halfgevuld, in grote trosjes; ~6–7 cm
- Hart
- Met zichtbare meeldraden
- Kleur
- Rijk donker roodachtig roze
- Vulling
- Halfgevuld, 12–16 bloembladen
- Bloemstand
- In grote trosjes — tot 35 bloemen per tros
- Bloei
- Doorbloeiend in golven, met een piek in juli en september
- Geur
- Licht
- Bloemduurzaamheid
- Uitzonderlijk rijke bloei
- Groeivorm
- Uitgespreid, overhangend, sierlijk, zeer rijkbloeiend
- Vertakking
- Goed
- Scheuten
- Overhangend
- Doornen
- Gegevens over doornen zijn onvolledig.
- Afmetingen
- 100–180 cm hoog × even breed (afhankelijk van het klimaat)
- Steun
- Niet nodig; de overhangende scheuten kunnen langs het hek worden vastgebonden
- Blad
- Glanzend, donkergroen
- Weerstand
- Goed tegen echte meeldauw; weerstand tegen sterroetdauw — wisselend
- Gebruik
- Haag langs een hek, groepen — betrouwbaar voor koude streken