- Groep
- Rugosa-hybride (Hybrid Rugosa)
- Veredelaar
- Kordes, Duitsland, 1979
- Knopvorm
- Puntig, rood
- Open bloem
- Groot, enkel, komvormig tot plat, met een tros gouden meeldraden; ~10 cm
- Hart
- Open, gouden meeldraden
- Kleur
- Helderrood, scharlakenrood
- Vulling
- Enkel, ~5 bloemblaadjes
- Bloemstand
- Enkel en in kleine groepjes
- Bloei
- Hoofdbloei in de vroege zomer + sporadische herhaalde bloei tot de herfst
- Geur
- Zeer licht, licht zoet
- Bloemduurzaamheid
- Een helder contrast met het donkere glanzende blad
- Groeivorm
- Hoog, krachtig, rechtopstaand tot overhangend, zeer energiek
- Vertakking
- Dicht
- Scheuten
- Dik, snel groeiend
- Doornen
- Zeer doornig — de scheuten zijn dicht bezet met stevige doornen ('als spijkers'), zodat de struik ondoordringbaar is.
- Afmetingen
- 150–215 cm hoog × 105–150 cm breed
- Steun
- Niet nodig; hij vormt op eigen kracht een dichte haag
- Blad
- Donkergroen, glanzend, leerachtig, gerimpeld (rugose)
- Weerstand
- Zeer taai; in vochtige streken is sterroetdauw mogelijk
- Gebruik
- Een doornige beschermhaag langs een hek, een barrière, een achtergrond