Over de naam
Naam: 'Robin Hood' — naar Robin Hood, de legendarische Engelse boogschutter en 'vogelvrije held' van het Sherwood Forest. Een symbool van Engelse volksverhalen, eigenzinnigheid en sociale rechtvaardigheid (volgens de legende beroofde hij de rijken en gaf hij aan de armen). Pemberton hield van literaire en mythologische namen: Penelope (de Odyssee), Cornelia (een Romeinse matrone), Felicia (Latijn), Pax ('vrede'), Robin Hood (Engelse folklore), Daphne (Griekse mythologie).
Veredeling: Gekweekt door Rev. Joseph Hardwick Pemberton (1852–1926) bij Havering-atte-Bower (Essex, Verenigd Koninkrijk). Geïntroduceerd in 1927. Pemberton overleed in 1926 — Robin Hood werd postuum uitgebracht door zijn secretaresse Florence Bennett en zijn assistent J.A. Bentall, die Pembertons werk voortzetten. Afkomst: een niet-genoemde zaailing × 'Miss Edith Cavell' (Floribunda/Polyantha).
Betekenis: Een van Pembertons topvariëteiten — naast Pax (1918), Penelope (1924), Prosperity (1919), Felicia (1928) en Cornelia (1925), die al in de catalogus stonden. Een opvallende bloem met een wit 'oog' — zeldzaam bij Hybrid Musks. Decoratieve rode rozenbottels in de herfst — een extra sierwaarde. Hij verdraagt halfschaduw — typisch voor Hybrid Musks; een goede keuze voor schaduwrijke plekken. Een van de laatste variëteiten van Pemberton — een postume nalatenschap van de 'vader van de Hybrid Musk-klasse'. Een klassieker in de catalogi van Peter Beales, Trevor White en David Austin.








