Over de naam
Naam: 'Ophelia', naar Ophelia, de heldin uit Shakespeares tragedie 'Hamlet'. In de Victoriaanse en Edwardiaanse tijd was het in de mode om rozen te vernoemen naar Shakespeares vrouwelijke personages: de zachte roze, veranderlijke bloem werd geassocieerd met de teerheid en tragische schoonheid van de heldin die uit liefde gek werd en tussen de bloemen verdronk. Andere 'Shakespeare'-rozen: Juliet, Desdemona, Hermione, Titania.
Veredeling: Een onbekende Franse veredelaar (gekweekt in Frankrijk vóór 1912). Geïntroduceerd door William Paul & Son (Waltham Cross, Engeland), een van de belangrijkste Britse rozenkwekerijen van de negentiende en twintigste eeuw. Geïntroduceerd in 1912. Afstamming: zaailing van 'Antoine Rivoire' (HT, Pernet-Ducher 1895). Er is geen registratiecode (de variëteit gaat vooraf aan het ARS-systeem).
Betekenis: Stamvader van de hele Ophelia-lijn: Madame Butterfly (1918), een roze sport; Lady Sylvia (1926), een warmroze sport; Golden Ophelia (1918), geel; White Ophelia, Climbing Ophelia en tientallen andere nakomelingen en sporten. Hij is de standaard van de referentievorm van de Hybrid Tea uit het begin van de twintigste eeuw, een model van de bloem met hoog hart die het uiterlijk van alle latere Hybrid Teas bepaalde. Veel gebruikt als snijbloem in de jaren 1910–1930; hij vormde de basis van de Edwardiaanse mode van de bloementuin. Vandaag is hij een variëteit voor verzamelaars en een belangrijk historisch baken in de tuin. Hij staat NIET in de WFRS Old Rose Hall of Fame (een veelvoorkomende mythe): de lijst van de Old Rose HoF bevat slechts 5 variëteiten: Cécile Brünner, Gloire de Dijon, Gruss an Teplitz, Old Blush, Souvenir de la Malmaison. Ophelia is zeer belangrijk in de veredeling, maar is formeel niet in de Hall of Fame opgenomen.








