- Groep
- Shrub; Générosa®
- Veredelaar
- Guillot; Dominique Massad, 2007
- Knopvorm
- Rond, kersrood
- Open bloem
- Komvormig, bolvormig, dicht gevuld; ~10 cm in doorsnede
- Hart
- Dicht; de gouden onderkant van de bloemblaadjes komt te voorschijn naarmate hij opengaat
- Kleur
- Frambozen-kersrode bloemblaadjes met een goudgele onderkant; bij koel weer verschijnen zachtere roze-gele 'waterverf'-tinten
- Vulling
- Zeer gevuld; het exacte aantal bloemblaadjes wordt in de bronnen niet vermeld
- Bloemstand
- Grote bloemen die goed houden — geschikt voor snijbloemen
- Bloei
- Zeer doorbloeiend (très remontant), van mei tot de eerste vorst
- Geur
- Sterk — rijk, met tonen van citroen en zwarte bes (cassis)
- Rozenbottels
- Niet gedocumenteerd
- Groeivorm
- Rechtopstaande struik van gemiddelde hoogte (buissonnant)
- Vertakking
- Goed, gelijkmatig
- Scheuten
- Stevig (geen exacte gegevens in de bronnen)
- Doornen
- Benaderend; er zijn in de bronnen geen exacte gegevens over doornen.
- Afmetingen
- ~100 cm hoog × 50–80 cm breed (bronnen verschillen)
- Steun
- Geen steun nodig — een zelfstandige struik; voor een solitair of een groep
- Blad
- Middelgroen, bladverliezend
- Weerstand
- De Générosa-reeks als geheel is gezond; geen aparte numerieke beoordeling voor deze variëteit
- Varianten van de variëteit
- Bij koel weer is de kleur zachter, 'waterverf'; Provençaals karakter (Luberon, lavendel)