Over de naam
Naam: Het ras is vernoemd naar een vrouw die Irène Watts heette, maar in open bronnen is geen specifieke biografische vermelding gevonden (RHS, HMF, Trevor White en Peter Beales geven geen informatie). Een mogelijk verband met de familie Watts, voorvechters van het vrouwenkiesrecht uit de late negentiende eeuw, is er wel, maar niet bevestigd. Dit is typisch voor veel rassen uit die periode: veredelaars noemden rozen naar echtgenotes, dochters en vrienden zonder publieke vastlegging.
Veredeling: Gekweekt door Pierre Guillot (zoon van de beroemde Jean-Baptiste Guillot) in Lyon, Frankrijk, 1896. Een van de laatste rassen van Pierre Guillot vóór zijn dood in 1897. Afkomst: zaailing van ‘Madame Laurette Messimy’ (China-roos, Guillot 1887, roze). Geen officiële veredelaarscode. Het huis Guillot is een van de beroemdste van Frankrijk; het werd later nieuw leven ingeblazen als Roses Guillot met Dominique Massad en het SIRPHE®-team (al in onze catalogus: Émilien Guillot, Chantal Mérieux, Grand-Duc Jean, wacht, dat is Lens!).
Betekenis: Een verzamelaarsrariteit met een historisch mysterie. Irène Watts veroorzaakt discussies onder verzamelaars van oude rozen, omdat de ‘echte’ Guillot 1896 verloren kan zijn gegaan; in de moderne handel wordt onder deze naam vaak ‘Pink Gruss an Aachen’ (Spek 1929) of ‘Odee Pink’ (van onbekende oorsprong) verkocht. HMF vermeldt het ras als ‘Irène Watts — in commerce as’, wat betekent dat er twijfel bestaat over de echtheid van het handelsmateriaal. Dit is een typisch probleem bij oude rassen uit de negentiende eeuw: meer dan 100 jaar in omloop betekent opgestapelde rasverwarring. In onze catalogus is het een voorbeeld van de ‘China-tak’ van oude rozen, naast Hansa (Rugosa 1905) en Felicia (Hybrid Musk 1928).








